Richtlijnen compacten

Leerlingen met een snel leervermogen, waaronder begaafde leerlingen, hebben vaak veel minder uitleg, oefening en herhaling nodig dan de rekenmethode aanbiedt. Voor hen kan best het één en ander geschrapt worden. Daarom heeft SLO richtlijnen ontwikkeld voor het compacten van de reken-wiskundemethode voor deze leerlingen. Op basis van deze richtlijnen zijn de compactingprogramma’s geschreven. Hieronder staan de richtlijnen opgesomd.

Wat wel aanbieden?

  • Belangrijke stappen in het leerproces
  • Overgang naar formele notaties
  • Reflectieve activiteiten
  • Belangrijke strategieën en werkwijzen
  • Constructieve/ontdekactiviteiten
  • Verrijkingsstof die wezenlijk moeilijker is
  • Activiteiten op tempo
  • Introductie van een nieuw thema

Wat schrappen?

  • 50% tot 75% van de oefenstof
  • 75% tot 100% van herhaling
  • Verrijkingsstof die meer van hetzelfde biedt

Overige overwegingen
Bij het maken van een compactingprogramma volgens de richtlijnen spelen ook andere belangrijke, niet vakinhoudelijke overwegingen mee die bepalen of iets al dan niet geschrapt wordt. Bijvoorbeeld overwegingen rond de organisatie (een leerling moet niet steeds van zijn werk gehaald worden om weer even mee te moeten doen) of pedagogische of onderwijskundige overwegingen: het is goed mee te doen aan activiteiten die samen uitgevoerd worden, omdat samenwerken ook belangrijk is voor deze leerlingen. Soms zijn overwegingen louter praktisch van aard: het is niet altijd handig een bepaald percentage opgaven weg te strepen, door het beperkte aantal of door de vele verschillende typen sommen in een opgave. Het is goed om dergelijke overwegingen te betrekken in het compacten. Dit maakt het compactingprogramma juist bruikbaar in de praktijk.